
TEST Audi RS5 – Wild love
Après Mercedes et BMW, Audi adopte à son tour la recette plug-in pour sa toute nouvelle RS5. Mais ici, le choix technique inédit donne une voiture qui aime être brutalisée !
Commençons par dire que lorsqu’on arrive face à cette nouvelle RS5, on ne peut s’empêcher de sourire. Car Audi a une fois encore déployé tout son talent pour proposer une voiture à la musculature impressionnante, sans pour autant la défaire de son élégance naturelle. À bord, chaque chose est à sa place, les commandes sont ergonomiques, et bien que certaines, comme la climatisation, passent toujours par l’écran, on trouve aisément son chemin à travers les systèmes. Combiné digital devant le conducteur, généreux écran central, et le désormais incontournable troisième écran pour le passager avant : le numérique est à l’honneur, mais n’est pas démesuré comme ça peut l’être chez certains concurrents.
Parmi les menus et les sélections de mode de conduite, on peut aller des réglages confort aux réglages plus « extrêmes », et il y a aussi un écran de télémétrie, qui relève vos performances sur un tour de circuit et… l’angle maximal de drift que vous avez atteint. On y vient…
Na Mercedes en BMW kiest nu ook Audi voor een plug-in hybride recept voor zijn volledig nieuwe RS5. Alleen zorgt de technische aanpak hier voor een auto die er bijna om smeekt om hard aangepakt te worden.
Laat ons beginnen met te zeggen dat je spontaan begint te glimlachen zodra je voor deze nieuwe RS5 staat. Audi heeft opnieuw al zijn talent gebruikt om een auto neer te zetten met een indrukwekkend gespierd voorkomen, zonder daarbij de natuurlijke elegantie van het model op te offeren. Het interieur dompelt je uiteraard onder in een typisch Audi-universum. Alles zit logisch op zijn plaats, de bediening is ergonomisch opgebouwd en hoewel sommige functies zoals de klimaatregeling nog altijd via het centrale scherm lopen, vind je relatief gemakkelijk je weg doorheen de menu’s. Een digitaal instrumentenpaneel voor de bestuurder, een groot centraal scherm én intussen ook het haast onvermijdelijke derde scherm voor de passagier vooraan: het digitale staat centraal, maar vormt gelukkig nog niet het enige element van het interieur, in tegenstelling tot sommige concurrenten. Tussen alle menu’s en rijmodi vinden we zowel comfortabele instellingen als veel extremere configuraties terug. Er is zelfs een telemetriescherm dat uw prestaties op circuit registreert én… de maximale drifthoek die u hebt bereikt. Voilà. Zo ver zijn we dus.

+ 2.000 Nm
La mécanique de la RS5 est donc hybride rechargeable, composée du V6 de 2,9 litres, d’un moteur électrique intégré à la boîte auto, et d’une batterie autorisant quelque 80 km d’autonomie électrique. Le système peut distribuer jusqu’à 639 chevaux et 825 Nm aux quatre roues, via la transmission quattro. Et c’est dans cette quattro qu’on trouve l’innovation majeure. Dans le différentiel arrière, Audi a placé un autre petit moteur électrique, associé à un système d’embrayage piloté. On n’entrera pas trop dans le détail technique, mais ce petit moteur fait toute la différence en matière de vectorisation de couple (autrement dit, de répartition très précise du couple entre les roues gauche et droite). Une vectorisation classique se contente de répartir ce qu’elle reçoit de la mécanique. Ici, le petit moteur électrique du différentiel peut puiser un peu d’énergie dans la batterie, et distribuer un supplément de couple aux roues, jusqu’à… 2.000 Nm, en théorie. Mieux, il peut le faire tant à l’accélération qu’au lever de pied et au freinage. Et qu’est-ce que ça donne ?
Meer dan 2.000 Nm
De RS5 gebruikt dus een plug-inhybride aandrijflijn bestaande uit een 2,9 liter grote V6-biturbo, een elektromotor geïntegreerd in de automatische versnellingsbak en een batterij die zowat 80 kilometer elektrische autonomie mogelijk maakt. Samen leveren die elementen maximaal 639 pk en 825 Nm aan de vier wielen via de bekende quattro-aandrijving. Maar precies in die quattro schuilt de grote technische innovatie van deze nieuwe RS5. In het achterdifferentieel plaatste Audi namelijk nog een extra kleine elektromotor, gekoppeld aan een elektronisch gestuurd koppelingssysteem. We besparen je de volledige technische uitleg, maar dat kleine motortje verandert alles op het gebied van torque vectoring, of anders gezegd: de uiterst precieze verdeling van het koppel tussen het linkeren rechterachterwiel. Een klassiek torque vectoringsysteem verdeelt enkel het vermogen dat het van de motor krijgt. Hier kan het elektrische motortje in het differentieel bijkomende energie uit de batterij halen en extra koppel naar een specifiek wiel sturen. Tot… theoretisch 2.000 Nm. Nog straffer: dat gebeurt niet alleen bij accelereren, maar ook wanneer u het gaspedaal lost of remt. En wat levert dat concreet op?

Propre ou sauvage
Ça donne un peu de tout. En mode Comfort, en conduite rapide évidemment, la RS5 affiche un comportement d’une propreté clinique, hyper efficace, sans caractère particulièrement démonstratif. Mais passez progressivement en mode Dynamic, RS Sport ou RS Torque Rear (que la voiture recommande de ne pas utiliser sur la voie publique), et la RS5 se fait de plus en plus expressive. Le train arrière, naturellement privilégié par défaut, prend de plus en plus de libertés. Il devient de plus en plus facile de provoquer ses dérives, et de leur donner de plus en plus d’amplitude. Le plus ahurissant est que ces dérives restent parfaitement contrôlables, car en fait, c’est la voiture qui « fait tout ». En clair, la RS5 semble demander qu’on lui fasse mal, qu’on garde le pied droit enfoncé dans la moquette. Après, on gère le volant, et c’est parti pour la danse. Bon, que les conducteurs moins expérimentés ne prennent évidemment pas ceci au pied de la lettre : une bonne dose de jugeote reste indispensable, comme l’ont prouvé certains de nos collègues en mettant des voitures d’essai dans les talus. Sur circuit, heureusement. Avec un peu de savoir-faire, en revanche, malgré un côté un peu trop artificiel ou interventionniste, ceci est probablement l’Audi la plus délurée qu’on ait vue depuis quelques décennies !
Par Laurent Zilli
Theatrale trekjes
Wel… zowat alles tegelijk. In Comfort-modus en bij stevig doorrijden gedraagt de RS5 zich klinisch proper: ultrasnel, uiterst efficiënt en zonder overdreven theatrale trekjes. Maar zodra je overschakelt naar Dynamic, RS Sport of RS Torque Rear, een modus waarvan de auto zelf aangeeft dat hij eigenlijk niet bedoeld is voor de openbare weg, verandert de Audi compleet van karakter. De achteras, die standaard al duidelijk bevoordeeld wordt, begint almaar meer vrijheid op te eisen. Drifts uitlokken wordt steeds eenvoudiger en je kunt ze ook veel verder laten uitwaaieren. Het meest waanzinnige is misschien nog dat die glijpartijen perfect controleerbaar blijven, omdat de auto eigenlijk het meeste werk zelf doet. Met andere woorden: de RS5 lijkt er bijna om te vragen om mishandeld te worden. Alsof hij wil dat je het gaspedaal diep in het tapijt duwt. Daarna hoef je enkel nog het stuur te beheren en begint het feest vanzelf. Nu goed: minder ervaren bestuurders moeten dit uiteraard niet letterlijk nemen. Een flinke dosis gezond verstand blijft noodzakelijk, zoals sommige collega’s bewezen door testwagens in de berm te parkeren. Gelukkig gebeurde dat op circuit. Maar met een beetje ervaring en feeling, ondanks het geheel misschien iets té artificieel of té elektronisch, is dit zonder twijfel de meest uitzinnige Audi die we sinds jaren gereden hebben.
Door Laurent Zilli

Audi RS 5 Technical Specifications
Engine: V6 petrol, twin-turbo, 2.894cc, PHEV ; 639hp ; 825Nm.
Transmission: all wheels
Gearbox: auto 8 speed
L/w/h (mm): 4.835/1.900/1.450
Top speed (km/h): 250 (280 with RS package)
0 to 100 km/h (sec.): 3.6
Dry weight (kg): 2.445
Boot capacity (l): 361-1.302
Tank capacity (l): 48
Fuel consumption (l/100 km): 3,9
CO2 (g/km): 88
Price (€): 107.030
